<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><?xml-stylesheet type="text/xsl" href="/metadata/stylesheets/dc/extern/metadata.xsl"?><rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/" xmlns:dcmiBox="http://dublincore.org/documents/2000/07/11/dcmi-box/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:ows="http://www.opengis.net/ows">
	<rdf:Description rdf:about="http://dublincore.org/">
		<dc:identifier>1f7c6562-8076-46c3-bf36-05fc1a00ee7a</dc:identifier>
		<dc:title>De Knoflookpad langs de Vecht, Regge en Dinkel in Overijssel</dc:title>
		<dc:description>De titel van het rapport is De Knoflookpad langs de Vecht, Regge en Dinkel in Overijssel. Het is geschreven door Guido van der Lugt, Bjorn Prudon en Ben Crombaghs. Het is in december 2000 uitgegeven door de Stichting RAVON en  Natuurbalans-Limes Divergens Adviesbureau voor Natuur en Landschap.

Samenvatting - In het voorjaar van 2000 is er in opdracht van de Provincie Overijssel een onderzoek uitgevoerd naar het voorkomen van de knoflookpad langs de Vecht, Regge en Dinkel in de provincie Overijssel. Het onderzoek vormt de basis voor de ontwikkeling van een overlevingsplan voor deze soort in de periode 2000-2010. Knoflookpadden zijn het meest effectief op te sporen gedurende de voortplanting die zich, in het voorjaar, in het water afspeelt. Daarom zijn er in voorjaar van 2000 circa 350 wateren in de directe omgeving van de Vecht, Regge en Dinkel onderzocht. De wateren zijn in april minimaal twee maal onderzocht op kooractiviteit van knoflookpadden. Daarnaast zijn de wateren beschreven en beoordeeld wat betreft de kwaliteit en waarde als voortplantingswater voor de knoflookpad. Tenslotte zijn die delen van het omliggende gebied in kaart gebracht en beschreven, die in aanmerking komen als landbiotoop voor de soort. In juli 2000 is het veldonderzoek afgesloten met een onderzoek naar het voorkomen van larven van de knoflookpad. Dit vond plaats in een geselecteerd aantal wateren, kansrijke wateren en wateren waarin knoflookpadden zijn gehoord tijdens het onderzoek in april. In totaal is in 10 wateren, verspreid langs de Vecht, de aanwezigheid van de knoflookpad vastgesteld. In vier situaties was sprake van succesvolle reproductie. In 2 wateren zijn meer dan 15 roepende mannetjes gehoord en in 1 water zijn enkele honderden larven gevangen. Deze drie wateren kunnen op grond van de resultaten worden aangemerkt als zeer goede voortplantingswateren van de knoflookpad. In de overige 7 wateren bestonden de waarnemingen uit 1 tot maximaal 4 roepende mannetjes. In vrijwel alle gevallen is er sprake van directe bedreigingen van de soort. Langs de Regge en Dinkel tenslotte, kon de aanwezigheid van knoflookpadden helemaal nergens meer worden aangetoond. Samengevat gaat het in deze regio om een beperkt aantal vangstplaatsen van de soort. De 10 voortplantingswateren vormden de basis voor het opstellen van een overlevingsplan voor de soort binnen het Vechtdal. Op basis van de spreiding van de wateren waarin de knoflookpad is waargenomen zijn er in het gebied een zevental gebieden begrensd, die aangeduid worden als kernleefgebieden van de knoflookpad. Binnen elk kernleefgebied zijn voor de knoflookpadden belangrijke land- en voortplantingsbiotopen aangegeven. De huidige situatie is vaak niet optimaal. Per kernleefgebied is daarom een plan van aanpak uitgewerkt dat moet leiden tot herstel van de populaties. De geadviseerde maatregelen hebben betrekking op herstel van voormalige voortplantingswateren, aanleg van nieuwe voortplantingswateren, alsmede ontwikkeling en verbetering van het landbiotoop. Het voornaamste knelpunt binnen de kernleefgebieden in het Vechtdal vormt het aantal geschikte voortplantingswateren. Doordat de kernleefgebieden onder de huidige omstandigheden geïsoleerd van elkaar liggen is er, in de huidige situatie, nauwelijks enige uitwisseling van knoflookpadden tussen kernleefgebieden mogelijk. Door het creëren van migratie mogelijkheden kunnen bovendien marginale populaties versterkt worden. Om mogelijk te maken zijn er verbindingszones aangewezen waarin, door herstel en ontwikkeling van land- en voorplantingsbiotoop, de migratie-mogelijkheden worden vergroot. Voor de realisatie van deze verbindingszones en versterking van de kernleefgebieden langs de Vecht is de ontwikkeling van circa 132 wateren, over een periode van 10 jaar noodzakelijk.</dc:description>
		<dcterms:references>K:\BAB-Archief\2019\190129</dcterms:references>
		<dcterms:relation>190129_059</dcterms:relation>
		
			<dc:relation>https://www.geoportaaloverijssel.nl/attachment/1f7c6562-8076-46c3-bf36-05fc1a00ee7a/059_2000_De_knoflookpad_langs_de_Vecht,_Regge_en_Dinkel_in_Overijssel.pdf</dc:relation>
		
		<dc:type>Rapport</dc:type>
		
			<dc:typeresearch>Onderzoek</dc:typeresearch>
		
		<dc:creator>Provincie Overijssel: eenheid Publieke Dienstverlening</dc:creator>
		<dc:publisher>Provincie Overijssel</dc:publisher>
		<dc:contributor>Provincie Overijssel</dc:contributor>
		<dc:rights>Geen restricties</dc:rights>
		<dc:rights rdf:datatype="gebruiksrestricties">De bron mag ook voor externe partijen vindbaar zijn</dc:rights>
		<dc:format>Adobe Acrobat: PDF</dc:format> 
		<dc:source>Guido van der Lugt, Bjorn Prudon en Ben Crombaghs</dc:source>
		
			<dc:date>2000-12-31</dc:date>
		
		
			<dcterms:issued>2024-08-26</dcterms:issued>
		
		<dcterms:valid>
			
			
		</dcterms:valid>
		
		
			<dc:subject>theme: floraFauna</dc:subject>
		
			<dc:subject>theme: natura2000</dc:subject>
		
			<dc:subject>theme: natureLandscape</dc:subject>
		
		<dc:language>Nederlands</dc:language>
		<ows:WGS84BoundingBox>
			<ows:LowerCorner>52.115 7.090</ows:LowerCorner>
			<ows:UpperCorner>52.853 5.791</ows:UpperCorner>
		</ows:WGS84BoundingBox>
	</rdf:Description>
</rdf:RDF>