<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><?xml-stylesheet type="text/xsl" href="/metadata/stylesheets/dc/extern/metadata.xsl"?><rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/" xmlns:dcmiBox="http://dublincore.org/documents/2000/07/11/dcmi-box/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:ows="http://www.opengis.net/ows">
	<rdf:Description rdf:about="http://dublincore.org/">
		<dc:identifier>2742dc7c-7d7a-449e-b404-18d80a92ed87</dc:identifier>
		<dc:title>De ontwikkeling van flora en vegetatie in het natuurontwikkelingsgebied op het landgoed Strootman</dc:title>
		<dc:description>De volledige titel van het rapport is De ontwikkeling van flora en vegetatie in het natuurontwikkelingsgebied op het landgoed Strootman, De evaluatie van het eerste voorbeeld van particulier beheer in Overijssel. Het is geschreven door P. Bremer en gepubliceerd door de provincie Overijssel in november 2003.
SAMENVATTING - In de Boekelerhoek, Gemeente Enschede, landinrichting Enschede-Zuid, werd in 1993 door GS een gebied aangewezen als experiment "particulier beheer". Dit betekende dat hier voor het eerst in Overijssel landgoedeigenaren en boeren de kans kregen nieuwe natuur te ontwikkelen binnen de Provinciale Ecologische Hoofdstructuur. In 1995 werd een aangepast plan voorgelegd aan het ministerie van LNV. Begin 1996 stemde de minister in met uitvoering van het experiment. Het experiment werd uiteindelijk geconcretiseerd op het Landgoed Strootman. Hierbij vond inrichting plaats van drie deelgebieden Achtergat, Lage Hoek en Drinkkoel. In 1997 werd de afspraak gemaakt dat de provincie de monitoring zou verzorgen zodat na enkele jaren het project zou kunnen worden geëvalueerd. In het eerste jaar na inrichting was het gebied nog grotendeels kaal. Er vestigden zich pioniersoorten zoals Pilvaren, Liggend hertshooi en Borstelbies, die het begin van een interessante ontwikkeling inluidden. Na vijf jaar konden in de deelgebieden 10 verschillende vegetatietypen worden onderscheiden. Heel bijzonder is de ontwikkeling van nat schraalland op door kwel gevoede basenrijke grond. Dit schraalland ontwikkelt zich tot het in Nederland zeldzame blauwgrasland. Onder vergelijkbare omstandigheden ontwikkelde zich ook de Draadgentiaan-gemeenschap, een eveneens sterk bedreigde gemeenschap. In nattere laagten verscheen de Veelstengelige waterbies-gemeenschap, die van nature thuis hoort bij vennen, en op de hogere koppen heischraal grasland. In totaal werden negen Rode Lijst plantensoorten waargenomen, het merendeel in het Achtergat. Te noemen zijn o.a. Blonde zegge. Alpenrus en Moerashertshooi. De ontwikkelingen op het landgoed Strootman laten zien dat nieuwe natuur op landbouwgrond succesvol kan zijn. Bepalend voor een goede natuurkwaliteit zijn een goede locatiekeuze, een goede inrichting en een goede advisering en sterke betrokkenheid van eigenaar. De gunstige ontwikkeling op het landgoed Strootman laat zien dat het bij de ontwikkeling van nieuwe natuur op voormalige landbouwgrond het meest kansrijk is op plekken waar vroeger ook natuur voorkwam. Het is verstandig hierbij gebruik te maken van oude topografische kaarten. Voorheen natte laagten omgeven door heide bieden, in combinatie met het herstel van de waterhuishouding, goede kansen om bijzondere vegetaties met relatief veel bedreigde plantensoorten te ontwikkelen. Voor deze locatiekeuze is het natuurgebiedsplan sturend. Heel belangrijk ook is dat nog veel zaden van bijzondere plantensoorten in de bodem aanwezig zijn. Deze zaden komen relatief het meest voor in niet-gescheurde graslanden, het minst op plekken waar jaarlijks de bodem is geploegd. Soorten die niet in de bodem aanwezig zijn moeten zich van elders vestigen en juist deze kolonisatie gaat langzaam. Vroeger werden veel soorten van graslanden met hooi en vee verspreid. Soorten van de heide werden verspreid met rondtrekkende schaapskudden. Deze mechanismen zijn vrijwel uit het landschap verdwenen. Een goede inrichting bepaalt in belangrijke mate de kwaliteit van de nieuw te ontwikkeling natuur. Op het landgoed Strootman is deze inrichting goed geweest omdat de zwarte bovengrond afgegraven is en in elk deelgebied overgangen van hoog naar laag zijn gerealiseerd. Bovendien is de waterhuishouding hersteld, wat vooral het succes van het Achtergat verklaart. Een goede advisering door een deskundige aan de grondeigenaar is nodig. Advisering is nodig tijdens de voorbereiding en na inrichting bij het beheer. Particulieren hebben deze kennis vaak zelf niet en stellen begeleiding op prijs. De inhuur van deze kennis bij adviesbureaus is vaak zeer kostbaar. De overheid en natuurbeschermingsorganisaties kunnen hier een goede rol spelen. Na inrichting is monitoring van minimaal vijfjaar nodig. De grootste veranderingen in bedekking en soortensamenstelling vinden in deze periode plaats. Soorten die vanuit de zaadvoorraad kiemen kunnen zich binnen deze termijn ontwikkelen tot volwassen planten en zich vegetatief of generatief uitbreiden. Voor een eindoordeel van de ontwikkelingen mede in relatie tot het beheer is ca. 10 jaar na inrichting een herhaling van de kartering nodig. Het is goed monitoring niet alleen te richten op flora en vegetatie, maar ook op één of enkele diergroepen.</dc:description>
		<dcterms:references>K:\BAB-Archief\2019\190100</dcterms:references>
		<dcterms:relation>190100_139</dcterms:relation>
		
			<dc:relation>https://www.geoportaaloverijssel.nl/attachment/2742dc7c-7d7a-449e-b404-18d80a92ed87/139_2003_De_ontwikkeling_van_flora_en_vegetatie_in_het_natuurontwikkelingsgebied_op_het_landgoed_Strootman.pdf</dc:relation>
		
		<dc:type>Rapport</dc:type>
		
			<dc:typeresearch>Monitoring</dc:typeresearch>
		
		<dc:creator>Provincie Overijssel: eenheid Publieke Dienstverlening</dc:creator>
		<dc:publisher>Provincie Overijssel</dc:publisher>
		<dc:contributor>Provincie Overijssel</dc:contributor>
		<dc:rights>Geen restricties</dc:rights>
		<dc:rights rdf:datatype="gebruiksrestricties">De bron mag ook voor externe partijen vindbaar zijn</dc:rights>
		<dc:format>Adobe Acrobat: PDF</dc:format> 
		<dc:source>P. Bremer</dc:source>
		
			<dc:date>2003-11-30</dc:date>
		
		
			<dcterms:issued>2024-08-22</dcterms:issued>
		
		<dcterms:valid>
			
			
		</dcterms:valid>
		
		
			<dc:subject>theme: floraFauna</dc:subject>
		
			<dc:subject>theme: natureLandscape</dc:subject>
		
		<dc:language>Nederlands</dc:language>
		<ows:WGS84BoundingBox>
			<ows:LowerCorner>52.115 7.090</ows:LowerCorner>
			<ows:UpperCorner>52.853 5.791</ows:UpperCorner>
		</ows:WGS84BoundingBox>
	</rdf:Description>
</rdf:RDF>