<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><?xml-stylesheet type="text/xsl" href="/metadata/stylesheets/dc/extern/metadata.xsl"?><rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/" xmlns:dcmiBox="http://dublincore.org/documents/2000/07/11/dcmi-box/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:ows="http://www.opengis.net/ows">
	<rdf:Description rdf:about="http://dublincore.org/">
		<dc:identifier>337052ba-1ffa-4d8b-a5b3-a63a04fa3f23</dc:identifier>
		<dc:title>Weidevogels in lage delen van Noordwest-Overijssel</dc:title>
		<dc:description>Rapport over de weidevogels in de lage delen van Noordwest-Overijssel. Het rapport is gepubliceerd door de provincie Overijssel in april 2002.
SAMENVATTING - In 2001 zijn acht gebieden in de lage delen van Noordwest-Overijssel onderzocht op broedvogels. Er werden 43 karteersoorten vastgesteld waarvan er negen op de Rode Lijst zijn geplaatst. Dit zijn Zomertaling, Patrijs, Watersnip, Grutto, Tureluur, Visdief, Oeverzwaluw, Roodborsttapuit en Rietzanger. In vergelijking met andere gebieden in Overijssel kan gezegd worden dat zowel de gemiddelde als maximale dichtheden van de weidevogels in de meeste gebieden niet bijzonder zijn en vaak aan de lage kant. Het gebied ten zuiden van Zuidveen en Onna valt op in positieve zin. De gemiddelde dichtheden van Scholekster, Kievit en Grutto zijn hier hoog. Van de kritische soorten Grutto en Tureluur zijn in dit gebied de maximale dichtheden eveneens hoog. Van de andere gebieden valt op dat in de polders bij Blankenham de Wulp een hoge gemiddelde dichtheid haalt. In de Langeslootslanden, Binnenvenen, Bovenakkers en het gebied bij Giethoorn is het uitkomstsucces van de Grutto bepaald. Het uitkomstsucces bedroeg 29 procent wat te laag is om een Gruttopopulatie in stand te houden. In alle gebieden samen is bijgehouden of paren met jongen op ongemaaide of gemaaide graslanden foerageerden. Van de in totaal 24 waargenomen paren met jongen werden 21 in ongemaaide graslanden waargenomen. Een eerdere broedvogelkartering vond plaats in de polders bij Blankenham in 1989. In vergelijking met 2001 zijn de Scholekster en Grutto met resp. 40 procent en 46 procent afgenomen. Daarentegen is de Kievit met 86 territoria sterk toegenomen. De Wulp vertoont een lichte toename en de Tureluur een lichte afname. Van alle acht onderzochte gebieden komt alleen een deel van de Langeslootslanden, Binnenvenen en Bovenakkers in aanmerking om als waardevol weidevogelgebied aangewezen te worden. De Grutto behaalt in dit gebied een hoge gemiddelde dichtheid. Ondanks de aanwezigheid van beheerspercelen is de gemiddelde en maximale dichtheid van de Grutto in de polder Blankenham laag. Omdat van de overige gebieden geen oude gegevens ter beschikking staan is het moeilijk aan te geven of de weidevogelstand vroeger veel beter was dan nu het geval is. Wel is het zo dat in de meeste gebieden omstreeks eind mei en begin juni de meeste graslanden gemaaid zijn en slechts hier en daar enkele ongemaaide graslandpercelen liggen. Een dergelijke situatie is zeker voor de Grutto ongunstig. Hierdoor is deze weidevogel niet meer in staat jongen groot te krijgen en zal het aantal broedparen, als deze ongunstige situatie zich jaarlijks herhaalt, verder afnemen. In delen van de Langeslootslanden, Binnenvenen en Bovenakkers kan de nog goede stand van de Grutto alleen behouden blijven als er voldoende beschermende maatregelen worden getroffen. In polder Blankenham is de inzet van beheerslandbouw tot nog toe onvoldoende. Door meer beheersovereenkomsten af te sluiten wordt de oppervlakte aan ongemaaid grasland groter en worden de overlevingskansen voor kuikens verhoogd. Het afsluiten van beheersovereenkomsten dient plaats te vinden op percelen waar Grutto's broeden. Op gangbare percelen is meer inzet van vrijwilligers, boeren en loonwerkers wenselijk. Naast een betere bescherming van de nesten zal het ook nodig zijn tijdens maaiwerkzaamheden op Gruttoparen met kuikens te letten. Hierbij wordt gedacht aan het creëren van ongemaaide "vluchtheuvels" of het overzetten of verjagen van Grutto's met jongen naar percelen die ongemaaid zijn. In gebieden met beheerslandbouw is het nodig te toetsen of de doelstelling wordt bereikt. Hiervoor zal het nodig zijn om bijvoorbeeld jaarlijks omstreeks eind mei en begin juni het uitkomstsucces van de Grutto te bepalen.</dc:description>
		<dcterms:references>K:\BAB-Archief\2019\190100</dcterms:references>
		<dcterms:relation>190100_011</dcterms:relation>
		
			<dc:relation>https://www.geoportaaloverijssel.nl/attachment/337052ba-1ffa-4d8b-a5b3-a63a04fa3f23/011_2002_Weidevogels_in_lage_delen_van_Noordwest-Overijssel.pdf</dc:relation>
		
		<dc:type>Rapport</dc:type>
		
			<dc:typeresearch>Monitoring</dc:typeresearch>
		
		<dc:creator>Provincie Overijssel: eenheid Publieke Dienstverlening</dc:creator>
		<dc:publisher>Provincie Overijssel</dc:publisher>
		<dc:contributor>Provincie Overijssel</dc:contributor>
		<dc:rights>Geen restricties</dc:rights>
		<dc:rights rdf:datatype="gebruiksrestricties">De bron mag ook voor externe partijen vindbaar zijn</dc:rights>
		<dc:format>Adobe Acrobat: PDF</dc:format> 
		<dc:source/>
		
			<dc:date>2002-04-01</dc:date>
		
		
			<dcterms:issued>2024-08-21</dcterms:issued>
		
		<dcterms:valid>
			
			
		</dcterms:valid>
		
		
			<dc:subject>theme: floraFauna</dc:subject>
		
			<dc:subject>theme: natureLandscape</dc:subject>
		
		<dc:language>Nederlands</dc:language>
		<ows:WGS84BoundingBox>
			<ows:LowerCorner>52.115 7.090</ows:LowerCorner>
			<ows:UpperCorner>52.853 5.791</ows:UpperCorner>
		</ows:WGS84BoundingBox>
	</rdf:Description>
</rdf:RDF>