<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><?xml-stylesheet type="text/xsl" href="/metadata/stylesheets/dc/extern/metadata.xsl"?><rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/" xmlns:dcmiBox="http://dublincore.org/documents/2000/07/11/dcmi-box/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:ows="http://www.opengis.net/ows">
	<rdf:Description rdf:about="http://dublincore.org/">
		<dc:identifier>5fc32014-3a6d-4584-9f1e-a0ff47ca1a00</dc:identifier>
		<dc:title>De ontwikkeling van het natuurontwikkelingsgebied het Hemelrijk</dc:title>
		<dc:description>De volledige titel van het rapport is De ontwikkeling van het natuurontwikkelingsgebied het Hemelrijk, De resultaten van vijf jaar ecologische monitoring. Het is geschreven door P. Bremer en in december 2001 gepubliceerd door de provincie Overijssel.

SAMENVATTING - In 1995 is tussen De Wieden en het Meppelerdiep een 17 hectare groot cultuurgebied ingericht als natuurgebied. Ruim de helft van het gebied werd afgegraven, waarbij zowel petgaten ontstonden als lager gelegen percelen. Voorts werden de sloten vergraven en werd na inrichting het waterpeil circa 50 cm verhoogd. In het eerste jaar na inrichting was het vergraven gebied nog kaal. Voor de inrichting was de botanische waarde beperkt tot de sloten en slootkanten. Met de inrichting verdween de helft van de sloten en halveerde de botanische waarde. Op de kale grond vestigden zich een groot aantal plantensoorten. De botanische waarde was in het vijfde jaar na inrichting bijna zesmaal zo hoog als voor de inrichting. In het eerste jaar na inrichting kon op de afgegraven grond één vegetatietype worden onderscheiden. Na vijf jaar konden op de afgegraven grond 12 typen worden onderscheiden, samenhangend met verschillen in bodemsamenstelling, grondwaterpeil en watertype. Hieronder bevinden zich diverse typen die provinciaal -landelijk- van belang zijn, zoals nat schraalland en trilveen-achtige vegetaties. In totaal werden gedurende vijfjaar 168 verschillende soorten zaadplanten waargenomen. Hieronder bevinden zich enkele soorten die in het aangrenzende natuurgebied De Wieden ontbreken: Rechte ganzerik, Pilvaren, Bleekgele droogbloem, Oranje havikskruid en Borstelbies. Voor de aanvang van de natuurontwikkeling kwamen in het gebied vijf Rode Lijst-soorten voor. Door de natuurontwikkeling nam dit aantal toe tot 10 Rode Lijst-soorten met vestigingen van o.a. Moeraskartelblad, Blonde zegge en twee soorten Zonnedauw. Bijzonder waren vestigingen van de Pilvaren en de Laurierwilg, die in Overijssel niet eerder in een natuurontwikkelingsgebied is waargenomen. Vestiging van plantensoorten trad op vanuit de zaadvoorraad die al voor het afgraven in de bodem zat. Hieruit vestigden zich soorten die waarschijnlijk tientallen jaren niet meer in het gebied groeiden, zoals Blonde zegge. Blauwe zegge en Geelgroene zegge. Met wind en dieren werden allerlei soorten aangevoerd zoals Laurierwilg en Veenpluis. Blad- en levermossen vestigden zich sneller als zaadplanten en indiceerden al in het begin een ontwikkeling naar verschillende vegetatietypen. De paddestoelflora in een zeer jong gebied bleek vrijwel geheel afhankelijk van de opslag van bomen en struiken. Het open gebied was in de eerste jaren aantrekkelijk voor foeragerende steltlopers en Ooievaars. Met het begroeid raken nam de betekenis toe voor broedvogels. In het gebied broedden in 2000 14 vogelsoorten, waaronder de Rietzanger. Met het begroeid raken nam ook de betekenis voor de dagvlinders en dagactieve nachtvlinders toe. In 2000 werden 13 soorten waargenomen. Belangrijk zijn vestigingen van Oranjetipje en Sint-Jansvlinder. Voor de waargenomen Zilveren maan is het gebied ongeschikt omdat de waardplant ontbreekt. Aan de rand van het gebied is een fauna-voorziening aangelegd, die vooral in het winterhalfjaar wordt gebruikt. De gunstige ontwikkeling van zowel flora en fauna heeft enerzijds te maken met de variatie aan biotopen die na het afgraven is ontstaan, maar ook met de gunstige ligging direct naast De Wieden, wat de 'overstapt van veel soorten heeft vergemakkelijkt.</dc:description>
		<dcterms:references>K:\BAB-Archief\2019\190100</dcterms:references>
		<dcterms:relation>190100_089</dcterms:relation>
		
			<dc:relation>https://www.geoportaaloverijssel.nl/attachment/5fc32014-3a6d-4584-9f1e-a0ff47ca1a00/089_2001_De_ontwikkeling_van_het_natuurontwikkelingsgebied_het_Hemelrijk.pdf</dc:relation>
		
		<dc:type>Rapport</dc:type>
		
			<dc:typeresearch>Monitoring</dc:typeresearch>
		
		<dc:creator>Provincie Overijssel: eenheid Publieke Dienstverlening</dc:creator>
		<dc:publisher>Provincie Overijssel</dc:publisher>
		<dc:contributor>Provincie Overijssel</dc:contributor>
		<dc:rights>Geen restricties</dc:rights>
		<dc:rights rdf:datatype="gebruiksrestricties">De bron mag ook voor externe partijen vindbaar zijn</dc:rights>
		<dc:format>Adobe Acrobat: PDF</dc:format> 
		<dc:source>P. Bremer</dc:source>
		
			<dc:date>2001-12-31</dc:date>
		
		
			<dcterms:issued>2024-08-22</dcterms:issued>
		
		<dcterms:valid>
			
			
		</dcterms:valid>
		
		
			<dc:subject>theme: floraFauna</dc:subject>
		
			<dc:subject>theme: natureLandscape</dc:subject>
		
		<dc:language>Nederlands</dc:language>
		<ows:WGS84BoundingBox>
			<ows:LowerCorner>52.115 7.090</ows:LowerCorner>
			<ows:UpperCorner>52.853 5.791</ows:UpperCorner>
		</ows:WGS84BoundingBox>
	</rdf:Description>
</rdf:RDF>