<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><?xml-stylesheet type="text/xsl" href="/metadata/stylesheets/dc/extern/metadata.xsl"?><rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/" xmlns:dcmiBox="http://dublincore.org/documents/2000/07/11/dcmi-box/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:ows="http://www.opengis.net/ows">
	<rdf:Description rdf:about="http://dublincore.org/">
		<dc:identifier>a454c1ae-5e36-47c4-a490-6ca922cadf51</dc:identifier>
		<dc:title>Akker- en weidevogels in Noordoost-Overijssel. Onderzoek naar akker- en weidevogels in de omgeving van De Krim-zuid, Bergentheim, Westerhaar en Bruinehaar in 2016</dc:title>
		<dc:description>Conceptrapport over akker- en weidevogels in Noordoost-Overijssel in 2016. Het rapport is op 15 september 2016 gepubliceerd door M.A. Heinen van Ecogroen.
SAMENVATTING - Ecogroen heeft in 2016 voor de Provincie Overijssel een onderzoek uitgevoerd naar weide- en akkervogels. Het onderzoekt spitst zich toe op het open akkergebied en open grasland in delen van Noordoost-Overijssel. Voorliggende rapportage vermeldt op basis van de uitgevoerde inventarisatie de resultaten en geeft aan waar de kansrijke gebieden voor behoud en versterking van akker- en weidevogels liggen. Waar mogelijk zijn
de resultaten in landelijk perspectief geplaatst. Tevens zijn conclusies en aanbevelingen gegeven voor de inzet van akkerbeheer, gerelateerd aan doelsoorten van het Natuurbeheerplan. Het onderzoeksgebied is opgesplitst in vier deelgebieden: Bergentheim, De Krim-zuid, Westerhaar en Bruinehaar. In de periode van 1 april tot en met 15 juni 2016 zijn vier veldbezoeken afgelegd. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de methode van de uitgebreide territoriumkartering van Sovon. De waarnemingen zijn digitaal ingevoerd in de door Sovon ontwikkelde app Avimap en geclusterd met het programma Autocluster. Van de te karteren soorten zijn er 16 in het onderzoeksgebied waargenomen als broedvogel. De meeste territoria zijn van Kievit, gevolgd door Gele kwikstaart en Veldleeuwerik. Patrijs en Kwartel zijn alleen in deelgebied Bergentheim aanwezig. Kievit, Grutto, Tureluur, Veldleeuwerik, Graspieper en Gele kwikstaart bereiken hier ook hun hoogste dichtheid. De hoogste gemiddelde dichtheid van Scholekster en Wulp is zowel bij Bergentheim aanwezig, als bij De Krim-zuid. In laatstgenoemd deelgebied komen soorten van droge dooradering het meest voor zoals Blauwborst, Roodborsttapuit, Geelgors en Kneu. Het was niet mogelijk om relaties tussen het grondgebruik/gewas en voorkeur van akker- en weidevogels statistisch te bewijzen. Wel blijkt dat de dichtheden van Kievit en Veldleeuwerik in percelen met wintergraan relatief laag zijn. Gele kwikstaart heeft hoge dichtheid in graanakkers, akkers met bieten en aardappelen. Er is geen duidelijke afkeer voor maïsakkers. Grutto en Graspieper komen relatief meer voor in laat gemaaide graslanden dan in intensief bewerkte, vroeg gemaaide graslanden.
De kansrijke gebieden met hoge dichtheden aan akker- en weidevogels zijn te verdelen over broedvogels van open akker en open grasland. Kansrijke gebieden voor open akker liggen alleen in deelgebied Bergentheim bij Kloosterhaar en Vroomshoop en De Krim-zuid. In de overige deelgebieden zijn geen hoge dichtheden aanwezig van akkervogels. Er zijn drie gebieden in deelgebied Bergentheim aanwezig met een hoge dichtheid aan Kievit op voornamelijk akkers. Deze liggen ten noordwesten van Kloosterhaar en bij Vroomshoop. Kansrijke gebieden voor open grasland liggen in deelgebied Bergentheim en De Krim-zuid. Gebieden met een hoge dichtheid aan Gele kwikstaart, Graspieper, Veldleeuwerik, Grutto, Scholekster, Tureluur en Wulp zijn aanwezig ten oosten van de vloeivelden bij De Krim, ten noordwesten van Kloosterhaar en bij Vroomshoop. De gebieden met hoge dichtheden van Kievit in open grasland zijn hetzelfde als die in open akkergebied. Kieviten broeden namelijk vooral in akkers. Uit een vergelijking met karteringen van akkervogels in Groningen, Drenthe, de veenkoloniën, Flevoland en Gelderland blijkt dat de dichtheden van Patrijs in het onderzoeksgebied lager zijn dan in akkergebieden in Groningen, Drenthe en de veenkoloniën. De dichtheid van Kwartel is vergelijkbaar met Drenthe, de veenkoloniën en Flevoland. De dichtheden van Scholekster zijn relatief laag en gelijk aan Flevoland. De dichtheden van Kievit in De Krim-zuid en Bergentheim zijn vergeleken met de overige provincies behoorlijk hoog. De dichtheden van Veldleeuwerik in Noordoost-Overijssel zijn redelijk laag en vergelijkbaar met die in Flevoland en Gelderland. De dichtheden van Graspieper en Gele kwikstaart zijn in het onderzoeksgebied vergeleken met de rest van Nederland laag. Resumerend kan worden gesteld dat de dichtheid van Kievit in De Krim-zuid en Bergentheim vergeleken met overige akkergebieden in Noord- en Oost-Nederland behoorlijk hoog is. van de overige soorten zijn de dichtheden in Noordoost-Overijssel aan de lage kant.
Uit onderzoek van Dochy en Ottens et al. blijkt dat de aanleg van kruidenrijke akkerranden geen of nauwelijks effect heeft op de broedvogeldichtheid in akkergebieden. Er is wel een positief effect meetbaar ten aanzien van overwinterende vogels. Ook in Noordoost-Overijssel zal, als alleen op akkerrandenbeheer wordt ingestoken, er naar verwachting geen positief effect uitgaan naar het aantal broedvogels. Een goed akkervogelbeheer in Noordoost-Overijssel is vooral gebaat bij het verminderen van het areaal wintergraan, en een grotere variatie in gewasaanbod met een voorkeur voor percelen met aardappelen, zomergraan, luzerne, afgewisseld met laatgemaaide en kruidenrijke graslandpercelen. Om ook in de winter vogels van voedsel te voorzien is het aan te bevelen om in concentratiegebieden ook kruidenrijke akkerranden en percelen met voedselgewassen of kruiden over te laten staan.
Kansrijke gebieden met concentraties aan weidevogels worden in het onderzoeksgebied vooral bepaald door de hoge dichtheden aan Gele kwikstaart en Veldleeuwerik. Deze komen voor in zowel graslanden als akkers. Typische weidevogels als Grutto, Wulp en Tureluur komen niet veel voor. Aanbevolen wordt om de graslandpercelen in kansrijke gebieden laat in het seizoen, na 15 juni, te maaien en percelen om te vormen naar kruidenrijk grasland met een hooiland- en mozaïekbeheer.</dc:description>
		<dcterms:references>K:\BAB-Archief\2019\190100</dcterms:references>
		<dcterms:relation>190100_002</dcterms:relation>
		
			<dc:relation>https://www.geoportaaloverijssel.nl/attachment/a454c1ae-5e36-47c4-a490-6ca922cadf51/002_2016_Inventarisatie_Akker-_en_weidevogels_NO-_Overijssel_Ecogroen.pdf</dc:relation>
		
		<dc:type>Rapport</dc:type>
		
			<dc:typeresearch>Monitoring</dc:typeresearch>
		
		<dc:creator>Provincie Overijssel: eenheid Publieke Dienstverlening</dc:creator>
		<dc:publisher>Provincie Overijssel</dc:publisher>
		<dc:contributor>Provincie Overijssel</dc:contributor>
		<dc:rights>Geen restricties</dc:rights>
		<dc:rights rdf:datatype="gebruiksrestricties">De bron mag ook voor externe partijen vindbaar zijn</dc:rights>
		<dc:format>Adobe Acrobat: PDF</dc:format> 
		<dc:source>M.A. Heinen</dc:source>
		
			<dc:date>2016-09-15</dc:date>
		
		
			<dcterms:issued>2024-08-21</dcterms:issued>
		
		<dcterms:valid>
			
			
		</dcterms:valid>
		
		
			<dc:subject>theme: floraFauna</dc:subject>
		
			<dc:subject>theme: natureLandscape</dc:subject>
		
		<dc:language>Nederlands</dc:language>
		<ows:WGS84BoundingBox>
			<ows:LowerCorner>52.115 7.090</ows:LowerCorner>
			<ows:UpperCorner>52.853 5.791</ows:UpperCorner>
		</ows:WGS84BoundingBox>
	</rdf:Description>
</rdf:RDF>