<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><?xml-stylesheet type="text/xsl" href="/metadata/stylesheets/dc/extern/metadata.xsl"?><rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/" xmlns:dcmiBox="http://dublincore.org/documents/2000/07/11/dcmi-box/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:ows="http://www.opengis.net/ows">
	<rdf:Description rdf:about="http://dublincore.org/">
		<dc:identifier>f8b4ad38-35dc-4da2-a0f1-b1f94d0901e1</dc:identifier>
		<dc:title>Methodische aspecten van de botanische soortkartering in Overijssel</dc:title>
		<dc:description>De titel van het rapport is Methodische aspecten van de botanische soortkartering in Overijssel. Het is in 2004 geschreven door P. Bremer en gepubliceerd door de provincie Overijssel.
SAMENVATTING- Het botanisch onderzoek in Overijssel bestaat uit een vegetatiekartering, aandachtsoortenkartering, het aanstrepen van soorten per kilometerhok en het nader documenteren van groeiplaatsen van bedreigde plantensoorten. De kartering van aandachtsoorten vormt een belangrijk onderdeel van dit geheel. De soortkartering met 50 meter secties wordt al sinds 1992 toegepast en de resultaten gebruikt voor toepassingen op allerlei schaalniveaus. De vraag is echter hoe nauwkeurig wordt er gekarteerd? Hoe volledig zijn de gegevens? Welk percentage soorten wordt gemist en hoe varieert de trefkans tussen soorten? Deze vragen zijn van belang omdat, omdat vanwege de diverse toepassingen het van belang is om volledigheid, cq. ruimtelijke betrouwbaarheid te kennen. Stel dat niet alle groeiplaatsen worden gevonden bij een kartering. Dan is er de kans dat de ruimtelijke interpretatie van de gegevens onvolledig of zelfs verkeerd kan zijn. Volledigheid gaat erom of alle groeiplaatsen worden gevonden. Volledigheid heeft met diverse factoren te maken, zoals tijd van het jaar, beheer van gebied en de ervaring van onderzoekers. Deze rapportage beperkt zich tot het nader kwantificeren van de verschillen tussen onderzoekers. Daarvoor zijn in 2002-2003 een drietal veldproeven gedaan waarbij onderzoekers konden worden vergeleken. In Overijssel komen per sectie gemiddeld 2 aandachtsoorten voor. Dit aantal komt overeen met een trefkans van 80 procent, ofwel vier van de vijf aanwezige soorten worden ook waargenomen. Dat betekent dat in een gemiddeld gebied of soortenarmer gebied tamelijk volledig wordt gekarteerd en het gevonden ruimtelijk patroon van soorten vrijwel overeenkomt met het feitelijke patroon. Naarmate een gebied soortenrijker is neem de trefkans af. Dit is goed te begrijpen omdat tijdens de kartering een bepaalde loopsnelheid gewenst is. Onder soortenrijke omstandigheden wordt dan eerder een soort over het hoofd gezien of de kans is groter dat deze wordt vergeten om op te schrijven. Bij het voorgaande zijn enkele kanttekeningen nodig. Voor elke sectie is het totaal aantal door de diverse onderzoekers waargenomen soorten op 100 procent gezet. In feite zullen ook vijf onderzoekers op een sectie nog wel een soort over het hoofd kunnen zien. Maar naar verwachting zal de werkelijkheid ergens tussen de 90 en 100 procent liggen. Een ander punt is dat tijdens het onderzoek fenologie geen rol speelde, omdat de routes op dezelfde dag werden gelopen. Omdat trefkans mede sterk wordt bepaald door de bloei van soorten kan de gemiddelde trefkans in een andere periode van het jaar anders liggen. Dit is verder niet onderzocht. Per soort worden verschillende trefkansen gevonden. Deze kunnen variëren van 20–100 procent. Een soort die vrij algemeen voorkomt kan zowel een hoge trefkans hebben als een kleine trefkans. Dit heeft te maken met: verschillen tussen onderzoekers en de fenologie van een soort. </dc:description>
		<dcterms:references>K:\BAB-Archief\2019\190100</dcterms:references>
		<dcterms:relation>190100_110</dcterms:relation>
		
			<dc:relation>https://www.geoportaaloverijssel.nl/attachment/f8b4ad38-35dc-4da2-a0f1-b1f94d0901e1/110_2004_Methodische_aspecten_van_de_botanische_soortkartering_in_Overijssel.pdf</dc:relation>
		
		<dc:type>Rapport</dc:type>
		
			<dc:typeresearch>Onderzoek</dc:typeresearch>
		
		<dc:creator>Provincie Overijssel: eenheid Publieke Dienstverlening</dc:creator>
		<dc:publisher>Provincie Overijssel</dc:publisher>
		<dc:contributor>Provincie Overijssel</dc:contributor>
		<dc:rights>Geen restricties</dc:rights>
		<dc:rights rdf:datatype="gebruiksrestricties">De bron mag ook voor externe partijen vindbaar zijn</dc:rights>
		<dc:format>Adobe Acrobat: PDF</dc:format> 
		<dc:source>P. Bremer</dc:source>
		
			<dc:date>2004-12-31</dc:date>
		
		
			<dcterms:issued>2024-08-26</dcterms:issued>
		
		<dcterms:valid>
			
			
		</dcterms:valid>
		
		
			<dc:subject>theme: floraFauna</dc:subject>
		
			<dc:subject>theme: natureLandscape</dc:subject>
		
		<dc:language>Nederlands</dc:language>
		<ows:WGS84BoundingBox>
			<ows:LowerCorner>52.115 7.090</ows:LowerCorner>
			<ows:UpperCorner>52.853 5.791</ows:UpperCorner>
		</ows:WGS84BoundingBox>
	</rdf:Description>
</rdf:RDF>