<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><?xml-stylesheet type="text/xsl" href="/metadata/stylesheets/dc/extern/metadata.xsl"?><rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/" xmlns:dcmiBox="http://dublincore.org/documents/2000/07/11/dcmi-box/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:ows="http://www.opengis.net/ows">
	<rdf:Description rdf:about="http://dublincore.org/">
		<dc:identifier>f9658157-1a41-46ee-9c16-7bd3ba1b4e11</dc:identifier>
		<dc:title>Weidevogels in de IJsseldelta in 2002</dc:title>
		<dc:description>Rapport over de weidevogels in de IJsseldelta in 2002. Het is geschreven door H. Hazelhorst en door de provincie Overijssel gepubliceerd in december 2002. 
SAMENVATTING - In 2002 is de noordelijke IJsseldelta geïnventariseerd op weidevogels met als doel het vastleggen van de ontwikkelingen in de weidevogelstand en het evalueren of de verschillende instrumenten ter verbetering van die stand goed zijn ingezet. Het onderzoek toont aan dat het gebied nog steeds één van de beste weidevogelgebieden van Overijssel is. De gemiddelde dichtheid van de Grutto en Tureluur behoren tot de hoogste. Lokaal blijken van de Grutto nog zeer hoge concentraties van resp. 49 en 50 broedparen voor te komen. Andere kwaliteiten die in de IJsseldelta voorkomen zijn o.a. de zeer hoge concentratie van de Scholekster en Kievit in de Zuiderzeepolder. De maximale dichtheid van de Scholekster, 22 paar per 100 ha, is niet eerder in Overijssel vastgesteld. De Zuiderzeepolder is het laatste of één van de laatste gebieden in Overijssel waar de zeldzame Kemphaan tot broeden komt. De Veldleeuwerik is nagenoeg verdwenen en de Graspieper komt nog lokaal voor. Een vergelijking met onderzoek uit 1987 toont aan dat het broedbestand van de Grutto, Veldleeuwerik en Gele kwikstaart met meer dan de helft is afgenomen. Het broedbestand van de Kievit bleef gelijk en dat van Scholekster, Tureluur en Graspieper nam toe. De sterke toename van de Tureluur is opmerkelijk. Het uitkomstsucces van de Grutto bedroeg in de IJsseldelta in 2002 23 procent en komt overeen met percentages die in andere gebieden in Overijssel zijn vastgesteld. Dit percentage is veel te laag om de Gruttostand op peil te houden aangezien 60 procent nodig is. De maai-intensiteit in de IJsseldelta is hoog. Op 21 mei was 75 procent van de graslanden gemaaid. Dit houdt in dat in de tijd dat de meeste Grutto's kuikens hebben, er voor de kuikens nog maar weinig ongemaaid grasland over is. In de periode 21 mei-10 juni werd nog eens 20 procent van de graslanden gemaaid waarmee het percentage vóór 10 juni op 95 procent komt. In de eerste week van juni 2002 zijn alle niet gemaaide graslanden in kaart gebracht. De aanname is dat het hier beheerspercelen betreft. In totaal gaat het om 157 ha. Op deze kleine oppervlakte blijkt 12 procent en 17 procent van het aantal broedparen van de Grutto en Tureluur te broeden. Laatgemaaide percelen zijn van essentieel belang voor de overleving van gruttokuikens.
In het kader van de Ruime Jas zijn in 1996 tot en met 1999 drie proefvlakken onderzocht waarin zowel beheers- percelen als gangbare percelen liggen. Herhalingsonderzoek in 2002 toont aan dat de trend op beheerspercelen negatief is. Zowel Kievit, Grutto en Tureluur vertonen een zeer sterke afname. De dichtheid van de Grutto is momenteel op gangbare percelen vergelijkbaar met beheerspercelen. Ook de dichtheden van Tureluur en Kievit zijn op beide typen percelen bijna gelijk getrokken. Beheersovereenkomsten dienen in de toekomst zoveel mogelijk worden afgesloten in de beste weidevogelgebieden van de IJsseldelta. Hoewel de IJsseldelta tot de beste weidevogelgebieden in Overijssel behoort, zijn de geconstateerde ontwikkelingen alarmerend. Het is belangrijk de oorzaken van de achteruitgang van de Grutto goed in beeld te brengen. Hierbij is het nodig om inzicht te verkrijgen in welke factoren een negatieve rol spelen en hoeveel elke factor bijdraagt aan de achteruitgang.</dc:description>
		<dcterms:references>K:\BAB-Archief\2019\190100</dcterms:references>
		<dcterms:relation>190100_012</dcterms:relation>
		
			<dc:relation>https://www.geoportaaloverijssel.nl/attachment/f9658157-1a41-46ee-9c16-7bd3ba1b4e11/012_2002_Weidevogels_in_de_IJsseldelta_in_2002.pdf</dc:relation>
		
		<dc:type>Rapport</dc:type>
		
			<dc:typeresearch>Monitoring</dc:typeresearch>
		
		<dc:creator>Provincie Overijssel: eenheid Publieke Dienstverlening</dc:creator>
		<dc:publisher>Provincie Overijssel</dc:publisher>
		<dc:contributor>Provincie Overijssel</dc:contributor>
		<dc:rights>Geen restricties</dc:rights>
		<dc:rights rdf:datatype="gebruiksrestricties">De bron mag ook voor externe partijen vindbaar zijn</dc:rights>
		<dc:format>Adobe Acrobat: PDF</dc:format> 
		<dc:source>H. Hazelhorst</dc:source>
		
			<dc:date>2002-12-01</dc:date>
		
		
			<dcterms:issued>2024-08-21</dcterms:issued>
		
		<dcterms:valid>
			
			
		</dcterms:valid>
		
		
			<dc:subject>theme: floraFauna</dc:subject>
		
			<dc:subject>theme: natureLandscape</dc:subject>
		
		<dc:language>Nederlands</dc:language>
		<ows:WGS84BoundingBox>
			<ows:LowerCorner>52.115 7.090</ows:LowerCorner>
			<ows:UpperCorner>52.853 5.791</ows:UpperCorner>
		</ows:WGS84BoundingBox>
	</rdf:Description>
</rdf:RDF>